Het museumavontuur van Muis Beija

In het kleine vestingsstadje Elburg, waar de straatjes smal zijn en de huizen dicht tegen elkaar aan leunen alsof ze elkaar geheimen toefluisteren, woonde Muis Beija samen met muis Manus in de Vischpoort.

Beija hield van Elburg. Van de rust. Van de klok die ieder uur sloeg. Van de geur van water en hout. Maar de laatste tijd voelde ze iets onrustigs in haar buik. Alsof haar hart zachtjes klopte en zei: er is meer, Beija… er is meer te ontdekken.

Op een vroege ochtend, nog voordat de stad helemaal wakker was, stond ze op. Ze sloeg haar omslagdoek om haar schouders en zette haar witte kapje netjes recht. Het was fris buiten, maar de lucht voelde helder en vol belofte. Vandaag zou ze iets doen wat ze nog nooit eerder had gedaan.

Vandaag zou ze Elburg verlaten.

Haakpatroon van Beija vind je in het boekje Vestingsmuizen haken

Niet voorgoed — daar was ze veel te verknocht aan — maar voor een avontuur. Een reis naar de grote stad, waar een museum stond dat ze alleen kende uit verhalen. Een museum met zalen vol schilderijen, zo groot dat je er uren in kon verdwalen. Schilderijen van mensen uit lang vervlogen tijden. Van licht en schaduw. Van stilte en beweging.

Beija pakte een klein tasje. Niet groot, want muizen reizen licht. Een stukje brood, een potloodje, een leeg notitieboekje. Want stel je voor dat ze iets zag wat ze wilde onthouden.

Langs de vestingmuren liep ze het stadje uit. Ze keek nog één keer om. De kerktoren, de straatjes, het water.
“Tot straks,” fluisterde ze.

De reis duurde langer dan ze had gedacht. Het landschap veranderde langzaam. De stilte van Elburg maakte plaats voor geluid. Wielen op stenen. Stemmen. Een drukte die Beija nog nooit had meegemaakt. Ze trok haar omslagdoek wat dichter om zich heen, niet uit kou, maar uit verwondering.

En toen zag ze het.

Het museum.

Het gebouw was enorm. Zo groot dat Beija even stil bleef staan. Haar nek deed pijn van het omhoog kijken. Hoge ramen. Zware deuren. Alles ademde gewicht en geschiedenis.

Wat doe ik hier eigenlijk? dacht ze even.

Maar haar pootjes bewogen al.

Binnen was het koel en stil. Niet leeg stil, maar een plechtige stilte. Alsof iedereen fluisterde, zelfs de muren. De vloer glansde. Haar voetstapjes klonken zachter dan ooit.

De eerste zaal was groot en licht. Aan de muren hingen schilderijen, groter dan Beija zelf. Ze zag gezichten met ernstige blikken. Ogen die haar leken te volgen. Handen die iets wilden zeggen.

Ze liep langzaam. Ze durfde nauwelijks te ademen.

“Dus dit zijn ze,” fluisterde ze.
“De Hollandse Meesters.”

Hoe langer ze keek, hoe meer ze voelde. Het was alsof de schilderijen niet alleen gezien wilden worden, maar ook begrepen. Alsof er iets achter zat. Iets verborgen.

Toen gebeurde het.

Bij een schilderij, ergens laag bij de lijst, zag Beija beweging. Heel klein. Zo klein dat ze dacht dat het haar verbeelding was. Maar nee. Het bewoog opnieuw.

Een snorhaar.

Beija stapte dichterbij. Haar hart bonsde.

Nog een beweging. En toen… een muizenschoentje dat voorzichtig over de rand van het schilderij stapte.

“Eh… hallo?” piepte Beija zacht.

Uit het schilderij stapte een muis. Gekleed in deftige kleren, met een houding alsof ze hier al eeuwen thuishoorde. Ze keek Beija vriendelijk aan.

“Je hebt scherpe ogen,” zei de muis.
“Niet iedereen ziet ons.”

Beija wist even niet wat ze moest zeggen.
“Jullie… jullie leven in de schilderijen?”

De muis knikte.
“Wij horen erbij. Wij zijn er altijd al geweest.”

Voor Beija het wist, kwamen er meer muizen tevoorschijn. Uit lijsten, uit schaduwen, uit hoekjes die ze eerst niet had gezien. Iedere muis zag er anders uit. De één statig, de ander dromerig. Sommigen droegen jurken, anderen hadden verf aan hun pootjes.

Ze liepen langs de schilderijen alsof het hun thuis was. Alsof het museum speciaal voor hen was gebouwd.

“Wij zijn de muizen van de Hollandse Meesters,” zei een oudere muis met een zachte stem.
“En jij, kleine reiziger… wie ben jij?”

“Ik ben Beija,” zei ze.
“Uit Elburg.”

“Ah,” zei de muis glimlachend.
“Een vestingsmuis.”

Ze namen haar mee door het museum. Naar zalen die ze zelf nooit had durven betreden. Ze vertelde haar over de schilderijen. Over het licht. Over de verhalen die erin verborgen zaten. Over hoe iedere meester niet alleen mensen schilderde, maar ook… muizen.

“Maar alleen wie goed kijkt,” zei één van hen, “kan ons zien.”

Beija voelde haar hoofd vollopen. Niet van lawaai, maar van ideeën. Ze zag patronen. Vormen. Kleding. Houdingen. Karakters.

En toen, midden in een zaal vol schaduwen en goud, wist ze het.

Deze muizen mochten niet verborgen blijven.

Ze pakte haar notitieboekje en begon te schetsen. Kleine lijntjes. Snorharen. Jurken. Hoeden. Iedere muis kreeg een plek. Een eigen verhaal.

Toen ze later die dag het museum verliet, was de zon al lager gaan staan. De stad was nog steeds groot en druk, maar Beija voelde zich anders. Groter van binnen.

Ze sloeg haar omslagdoek om zich heen en glimlachte.

Dit avontuur zou ze meenemen naar Elburg.
Naar draad. Naar steken. Naar verhalen die je kunt vasthouden.

Want sommige muizen horen niet alleen thuis in schilderijen…
maar ook in jouw handen.


Vestingsmuizen: De Hollandse Meesters
Een haakavontuur met muis Beija

Deze is leverbaar vanaf 21 Maart 

Pre-order HIER